Buiten waait het regen
Zorgenstorm raast om ons heen
Ik steiger
Ik sla
Ik scheld van me af
Jij spartelt
Jij schreeuwt
Jij slaat met de deuren
Vanuit de verte kijk ik naar ons
Wie zijn dat daar met die rode regenlaarsjes aan?
Wat rennen ze hard!
Dan is het even stil
Kijk
We staan nog steeds overeind
Waar is je hand?
Hier heb je de mijne
Ben je er nog?
Ja, ik ben er nog
dinsdag 26 mei 2009
woensdag 20 mei 2009
Flatsen
Mijn auto is, een week geleden ongeveer, onder gescheten door vogels. Hij zat helemaal onder de vieze witte ‘flatsen’ en het zag er nogal troosteloos uit allemaal. Inmiddels is gelukkig het ergste leed er alweer afgeregend en staat het wagentje er weer als vanouds fris bij.
Na afgelopen weekend heb ik momenten gehad dat ik me net zo onder gescheten en troosteloos voelde als mijn auto eruit zag. Wat begon als een heerlijk vrij weekend eindigde in een onwaarschijnlijk beklemmende situatie die zelfs tot op vandaag nog her en der zijn tol eist. Maar ik ben dan ook niet voor niets goed in het verwikkeld raken in nodeloos ingewikkelde situaties.
Weinig nachtrust heeft ervoor gezorgd dat de man met de hamer er de laatste dagen een sport van maakt mij op de meest onhandige momenten doffe dreunen te geven met zijn slagwapen. Graag zou ik hem rücksichtslos terugmeppen en uitlachen!
Moeheid kan mij soms echt lam leggen. Door moeheid smelt mijn relativeringsvermogen en Het Grote Onzekerheidsmonster steekt fier zijn kop in de lucht. “Hallo, hier ben ik weer! En jij dacht dat je het allemaal zo goed wist? Nou, daar denk ik anders over… Heb je je wel gerealiseerd dat het zo zou kunnen zijn dat … denkt dat… En gisteren heb je … gezegd tegen… en nu zou het best kunnen zijn dat … vindt dat jij…” etc.
Het lastige is ook dat Het Grote Onzekerheidsmonster niet alleen gevoed wordt met moeheid, maar dat het ook moeheid in de hand werkt. Want wat vreselijk vermoeiend is het toch om te denken voor anderen.
Gelukkig merk ik sinds vandaag dat ook van mij de ergste vieze witte ‘flatsen’ aan het afregenen zijn. En dat ik er langzaam maar zeker ook weer wat frisser bij kom te staan.
Na afgelopen weekend heb ik momenten gehad dat ik me net zo onder gescheten en troosteloos voelde als mijn auto eruit zag. Wat begon als een heerlijk vrij weekend eindigde in een onwaarschijnlijk beklemmende situatie die zelfs tot op vandaag nog her en der zijn tol eist. Maar ik ben dan ook niet voor niets goed in het verwikkeld raken in nodeloos ingewikkelde situaties.
Weinig nachtrust heeft ervoor gezorgd dat de man met de hamer er de laatste dagen een sport van maakt mij op de meest onhandige momenten doffe dreunen te geven met zijn slagwapen. Graag zou ik hem rücksichtslos terugmeppen en uitlachen!
Moeheid kan mij soms echt lam leggen. Door moeheid smelt mijn relativeringsvermogen en Het Grote Onzekerheidsmonster steekt fier zijn kop in de lucht. “Hallo, hier ben ik weer! En jij dacht dat je het allemaal zo goed wist? Nou, daar denk ik anders over… Heb je je wel gerealiseerd dat het zo zou kunnen zijn dat … denkt dat… En gisteren heb je … gezegd tegen… en nu zou het best kunnen zijn dat … vindt dat jij…” etc.
Het lastige is ook dat Het Grote Onzekerheidsmonster niet alleen gevoed wordt met moeheid, maar dat het ook moeheid in de hand werkt. Want wat vreselijk vermoeiend is het toch om te denken voor anderen.
Gelukkig merk ik sinds vandaag dat ook van mij de ergste vieze witte ‘flatsen’ aan het afregenen zijn. En dat ik er langzaam maar zeker ook weer wat frisser bij kom te staan.
zaterdag 16 mei 2009
Frustratie- intolerantie
Je hebt een zoontje dat volop bezig is met zijn zindelijkheidstraining. Dat ziet er als volgt uit. Om de paar kwartier moet hij verplicht, dan wel uit eigen beweging naar de wc. Gemiddeld duren die bezoekjes een kwartier vanwege het feit dat zoonlief er lol in schept om vooral steeds met een triomfantelijk gezicht te melden dat hij nog NIET klaar is. Knoop van de broek open. Kind op de wc tillen met gevaar voor hernia. In de gaten houden of de geluiden uit de wc nog van het juiste soort zijn. Als het te lawaaierig is moet je namelijk vrezen voor de rol wc-papier, voor het kraantje, het handdoekje en de tampons die je in een onbewaakt ogenblik toch maar had laten staan. Als het te stil wordt is de kans groot dat er geprobeerd wordt hoe een natte pleeborstel voelt als die tegen een bloot beentje aan wordt gehouden. Wanneer eindelijk het sein “Mama, ik ben klaar” volgt begint het volgende proces. De kleren moeten weer aan. Want zoals gebruikelijk hangen onderbroek en broek niet op de enkels, maar liggen ze als een troosteloos bergje om de grond. Zoonlief presteert het om onder luid “Zelf doen!” beide beentjes wéér achterstevoren in één pijpje te wurmen. Met zachte dwang en een overdosis geduld gaan de kleren weer aan. Op naar de volgende sessie. Regelmatig vragen of zoonlief naar wc moet is van het grootste belang. Meerdere malen per dag komt het namelijk voor dat je precies op het moment dat je héél even tijd nodig had voor jezelf- vanwege kokende aardappels of een voorbij sprintende buurvrouw- zoonlief ietsje te stil ziet staan met een klein beteuterd koppie en een gevaarlijk donker uitziende plek in het kruis.
Snel ren je de deur uit. Op de fiets race met je pantoffels nog aan- want dat kan wel even gauw-gehaast naar school. De hele ochtend dreigt die bui al. Tergend langzaam maar gestaag vallen de eerste druppels onverbiddelijk uit de lucht. Op de terugweg rijd je met een kermende kleuter door de stortbui.
Eenmaal thuis staat daar het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
Er puilt een gigantische berg was- nog net niet grommend- gevaarlijk uit het washok. Je hebt moed bij elkaar geraapt en de was gesorteerd, eentje is al gewassen en zit in de droger. De volgende is inmiddels klaar. Met een uit je tenen opgediepte slagvaardigheid trek je de deur van de droger open. Klaar om alles eruit te halen op te vouwen, volgende was erin, nog een was in de machine… Maar dan blijkt het volgende: de droger maakt nog wel geluid, de droger wordt nog wel warm, maar hij draait niet meer… De was is na lang en veelbelovend gegons nog net zo nat als daarvoor. Of nee, de was is veranderd in een kleffe, lauwwarme, lobbige, dampende berg stof.
Beneden staat daar weer het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
En dan ben je op de helft van je dag…
Snel ren je de deur uit. Op de fiets race met je pantoffels nog aan- want dat kan wel even gauw-gehaast naar school. De hele ochtend dreigt die bui al. Tergend langzaam maar gestaag vallen de eerste druppels onverbiddelijk uit de lucht. Op de terugweg rijd je met een kermende kleuter door de stortbui.
Eenmaal thuis staat daar het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
Er puilt een gigantische berg was- nog net niet grommend- gevaarlijk uit het washok. Je hebt moed bij elkaar geraapt en de was gesorteerd, eentje is al gewassen en zit in de droger. De volgende is inmiddels klaar. Met een uit je tenen opgediepte slagvaardigheid trek je de deur van de droger open. Klaar om alles eruit te halen op te vouwen, volgende was erin, nog een was in de machine… Maar dan blijkt het volgende: de droger maakt nog wel geluid, de droger wordt nog wel warm, maar hij draait niet meer… De was is na lang en veelbelovend gegons nog net zo nat als daarvoor. Of nee, de was is veranderd in een kleffe, lauwwarme, lobbige, dampende berg stof.
Beneden staat daar weer het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
En dan ben je op de helft van je dag…
vrijdag 15 mei 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)