Het begint onderhand eens tijd te worden dat ik de tijd neem om tijdig stukjes te blijven schrijven op mijn weblog. Ondanks alle goede voornemens komt het er veel te weinig van.
Inspiratie op virtueel papier zetten vergt een bepaald soort rust. Dat soort rust vind ik hier in huis moeilijk te vinden.
Ik kan het mezelf niet eens echt kwalijk nemen. Als moeder van drie kleine jongens, en als echtgenoot, en als vriendin, en buurvrouw, en noem nog eens wat rollen… Alle dagelijkse beslommeringen slobberen die rust -en vooral de tijd- op alsof het (vul in naar keuze:) hazelnootijs (etc.) betreft.
Mijn borduurwerk, een rustgevend blauwe merklap in wording, staart me iedere dag een paar keer indringend aan vanaf de kast. Als ik dan ’s avonds de kinderen weer op bed gelegd heb, en het huis weer aan kant, kijk ik wat tv en drink een kopje thee. Voetjes op schoot bij mijn echtgenoot. Moeheid grijpt genadeloos al mijn daadkracht en zet die moeiteloos om in loomheid en acceptatie. Tegenstribbelen heeft geen zin.
Overdag, tussen de bedrijven door spendeer ik mijn resterende schrijfdrift aan het formuleren van zakelijke en minder zakelijke mails. Ook het schrijven van kaarten en brieven op de analoge manier doe ik veel minder vaak dan vroeger.
Gelukkig helpt het donkere seizoen me een beetje onthaasten. Regenbuien dwingen ons tot binnen zitten, en de kinderen redden zich soms zowaar een kwartiertje zelf.
We komen er wel, en de intentie is er zeker.
En een klein beginnetje is hiermee alvast gemaakt…
Tijd voor vervolg!
zondag 8 november 2009
dinsdag 11 augustus 2009
Irritaties
Ook nog geschreven tijdens de observatie-workshop schrijven op Buitenkunst, 6 augustus 2009.
Slaap...
Ik lig in mijn tent. Ik heb mijn nachtpon aan en tegen mijn buik ligt mijn warme kruik. Ik heb mijn sokken aangehouden vanwege de kou, en ik trek mijn slaapzak wat hoger op. Ik ben op de grens tussen wakker zijn en slapen. Ik voel hoe de slaap zich langzaam meester van me maakt. Naast me beweegt het. De slaapzak trekt aan me. Nee, naast me trekt iemand aan de slaapzak. Onrust. Ik trek de slaapzak terug. Naast me hoor ik een zucht. Ik kijk. Hij draait zich abrubt om. Ik zak weer in mijn kussen en de slaap doet een nieuwe poging mij te vatten. Het luchtbed kraakt. Ik schud op en neer. Naast me zit hij rechtop... "Ik kan niet slapen." zegt hij.
"Ssssssst!" Spuug ik uit!
To sit or not to...
Ik schrijf. Op een wit papier. Met een pen die lekker schrijft. Hij rolt de inkt op het papier en hapert of kloddert niet. De wind wappert met mijn haar. Die stoel. De zitting buigt af. Ik zak steeds naar beneden. Ik hijs me weer naar achteren. Terug op de stoel. Ik zak weer weg. Mijn achterwerk doet zeer. Ik voel de hardheid van de houten zitting door mijn huid. Wegglijden. Verzitten. Steeds bewuster word ik me van de botten waarmee mijn lijf contact maakt met de stoel. Ik vergeet te schrijven. Ik zit, verzit, sta op.
Ik kijk om me heen. Ik denk aan mijn vaders oude rookstoel met de dikke bruine kussens...
Slaap...
Ik lig in mijn tent. Ik heb mijn nachtpon aan en tegen mijn buik ligt mijn warme kruik. Ik heb mijn sokken aangehouden vanwege de kou, en ik trek mijn slaapzak wat hoger op. Ik ben op de grens tussen wakker zijn en slapen. Ik voel hoe de slaap zich langzaam meester van me maakt. Naast me beweegt het. De slaapzak trekt aan me. Nee, naast me trekt iemand aan de slaapzak. Onrust. Ik trek de slaapzak terug. Naast me hoor ik een zucht. Ik kijk. Hij draait zich abrubt om. Ik zak weer in mijn kussen en de slaap doet een nieuwe poging mij te vatten. Het luchtbed kraakt. Ik schud op en neer. Naast me zit hij rechtop... "Ik kan niet slapen." zegt hij.
"Ssssssst!" Spuug ik uit!
To sit or not to...
Ik schrijf. Op een wit papier. Met een pen die lekker schrijft. Hij rolt de inkt op het papier en hapert of kloddert niet. De wind wappert met mijn haar. Die stoel. De zitting buigt af. Ik zak steeds naar beneden. Ik hijs me weer naar achteren. Terug op de stoel. Ik zak weer weg. Mijn achterwerk doet zeer. Ik voel de hardheid van de houten zitting door mijn huid. Wegglijden. Verzitten. Steeds bewuster word ik me van de botten waarmee mijn lijf contact maakt met de stoel. Ik vergeet te schrijven. Ik zit, verzit, sta op.
Ik kijk om me heen. Ik denk aan mijn vaders oude rookstoel met de dikke bruine kussens...
Buitenkunst 2009
Dit is het derde jaar achtereen dat ik naar Buitenkunst Drenthe ben geweest. www.buitenkunst.nl
Ook dit jaar hebben we er weer twee weken lang van mogen genieten. Op het inmiddels bekende kampeerterrein van Staatsbosbeheer hebben wij onze tent neergezet. In de buurt van wc-hok De Uil, op het kinderveld. De week begon met de programma-aankondiging door de vele medewerkers. Iedere avond om 22.00u bij de tribune werd verteld wat er de dag erna allemaal voor workshops werden gegeven. Theater, dans, schrijven, muziek, beeldend... Van alles wat.
's Ochtends om 10.15u begon de ochtendworkshop tot 12.45u. Daarna had iedereen pauze en tijd voor de lunch. Vervolgens werden de workshops weer voortgezet vanaf 14.45 tot 17.00u. Daarna avondeten en 's avonds weer presentaties van dingen die overdag gemaakt zijn.
De kinderen hebben er ingedeeld naar leeftijd, een eigen programma.
's Avonds na de programma-aankondiging en de presentaties werd elke avond het kampvuur aangestoken...
Schrijfopdracht workshop Buitenkunst 6 augustus 2009
Observeren
Beschrijf vier kleine observaties naar aanleiding van dingen die je mee hebt gemaakt op Buitenkunst deze week. De stukjes moeten een onderlinge samenhang hebben.
Het is donker. Voor de tribune staan nog wat fakkels te branden. Vanavond is de eerste van een nieuwe week. Ik sta bij het kampvuur. Ik kijk om me heen en zie gezichten. Sommigen bekend, vaag herkenbaar of juist fris en nieuwsgierigmakend. Er is geen gitaar vanavond. Mensen stappen een voor een op om naar hun tent te gaan.
Jongeren klonteren samen en maken kleine kennismakingspraatjes. Voorzichtig: "Waar woon jij dan?" "Waar staan jullie?"
Ik pak mijn zaklamp en schijn op de grond. Ik zoek tussen de stronken door- de weg naar onze tent.
Het is donker. Bij het kampvuur is het druk. Woensdagavond. Wat ken ik al veel mensen. Twee gitaren. Daar hebben ze chips. Iemand ontkurkt de tweede fles rode wijn.
Jongeren zetten luidruchtig koers naar het meertje. Kijk, zie je die twee?
Ze zitten zo knus naast elkaar vandaag. Ze kijken elkaar aan en lachen. Mijn gesprek gaat over een workshop.
Als ik moe ben schijn ik met mijn lamp weer op de grond. Ik herken al wat stronken op de weg naar onze tent.
Het is donker. Er was net een hele mooie presentatie. Iemand port met een stok in het warme kampvuur. Om het vuur zitten mensen in kleine groepjes. Er wordt gezongen en gelachen. Ik zie iemand die een hete marshmellow van een stokje af smikkelt. Anderen houden ze in het vuur. Ik geniet van de aandacht van een neiuwe vriend. We lachen. We ping-pongen met vraag en antwoord. Als ik terugloop naar mijn tent is het alweer een beetje licht aan het worden.
Het is donker. Vanavond is de laatste avond bij het kampvuur. Pubers hangen tegen elkaar aan. Nu of nooit. Gaat zij hem zeggen hoe leuk ze hem vindt?
Hé, onze buurman praat met dat blonde meisje. Er zijn vier gitaren en er is een accordeon. Iedereen zingt uit volle borst mee.
Stiekem bekruipt mij een melancholisch gevoel. Ik bedenk wie ik allemaal ga missen.
Als ik bijna als laatste naar mijn tent vertrek, heb ik mijn zaklamp al niet meer nodig.
Ook dit jaar hebben we er weer twee weken lang van mogen genieten. Op het inmiddels bekende kampeerterrein van Staatsbosbeheer hebben wij onze tent neergezet. In de buurt van wc-hok De Uil, op het kinderveld. De week begon met de programma-aankondiging door de vele medewerkers. Iedere avond om 22.00u bij de tribune werd verteld wat er de dag erna allemaal voor workshops werden gegeven. Theater, dans, schrijven, muziek, beeldend... Van alles wat.
's Ochtends om 10.15u begon de ochtendworkshop tot 12.45u. Daarna had iedereen pauze en tijd voor de lunch. Vervolgens werden de workshops weer voortgezet vanaf 14.45 tot 17.00u. Daarna avondeten en 's avonds weer presentaties van dingen die overdag gemaakt zijn.
De kinderen hebben er ingedeeld naar leeftijd, een eigen programma.
's Avonds na de programma-aankondiging en de presentaties werd elke avond het kampvuur aangestoken...
Schrijfopdracht workshop Buitenkunst 6 augustus 2009
Observeren
Beschrijf vier kleine observaties naar aanleiding van dingen die je mee hebt gemaakt op Buitenkunst deze week. De stukjes moeten een onderlinge samenhang hebben.
Het is donker. Voor de tribune staan nog wat fakkels te branden. Vanavond is de eerste van een nieuwe week. Ik sta bij het kampvuur. Ik kijk om me heen en zie gezichten. Sommigen bekend, vaag herkenbaar of juist fris en nieuwsgierigmakend. Er is geen gitaar vanavond. Mensen stappen een voor een op om naar hun tent te gaan.
Jongeren klonteren samen en maken kleine kennismakingspraatjes. Voorzichtig: "Waar woon jij dan?" "Waar staan jullie?"
Ik pak mijn zaklamp en schijn op de grond. Ik zoek tussen de stronken door- de weg naar onze tent.
Het is donker. Bij het kampvuur is het druk. Woensdagavond. Wat ken ik al veel mensen. Twee gitaren. Daar hebben ze chips. Iemand ontkurkt de tweede fles rode wijn.
Jongeren zetten luidruchtig koers naar het meertje. Kijk, zie je die twee?
Ze zitten zo knus naast elkaar vandaag. Ze kijken elkaar aan en lachen. Mijn gesprek gaat over een workshop.
Als ik moe ben schijn ik met mijn lamp weer op de grond. Ik herken al wat stronken op de weg naar onze tent.
Het is donker. Er was net een hele mooie presentatie. Iemand port met een stok in het warme kampvuur. Om het vuur zitten mensen in kleine groepjes. Er wordt gezongen en gelachen. Ik zie iemand die een hete marshmellow van een stokje af smikkelt. Anderen houden ze in het vuur. Ik geniet van de aandacht van een neiuwe vriend. We lachen. We ping-pongen met vraag en antwoord. Als ik terugloop naar mijn tent is het alweer een beetje licht aan het worden.
Het is donker. Vanavond is de laatste avond bij het kampvuur. Pubers hangen tegen elkaar aan. Nu of nooit. Gaat zij hem zeggen hoe leuk ze hem vindt?
Hé, onze buurman praat met dat blonde meisje. Er zijn vier gitaren en er is een accordeon. Iedereen zingt uit volle borst mee.
Stiekem bekruipt mij een melancholisch gevoel. Ik bedenk wie ik allemaal ga missen.
Als ik bijna als laatste naar mijn tent vertrek, heb ik mijn zaklamp al niet meer nodig.
dinsdag 9 juni 2009
'Opluchting?'
Gisteren ben ik naar de Leidsche Schouwburg geweest. Nog los van wat ik daar gezien heb was het een hele belevenis. Het begon al met de heenreis. Vol goede moed vertrok ik een uurtje van tevoren. Mijn TomTom vond de Leidsche Schouwburg een ‘nuttige plaats’. Dat schept meteen vertrouwen. Helaas vond TomTom de plaats niet nuttig genoeg om zich iets aan te trekken van de huidige stand van zaken betreffende de verkeersborden rondom de Schouwburg. Ik moest volgens hem een aantal keer tegen het verkeer in en bovendien leidde hij me door weggetjes waarvan ik me afvraag of het vroeger met paard en wagen al net zo ‘ideaal’ begaanbaar was.
Parkeerplaats vinden leek gezien de drukte een enorme uitdaging. Ik begon koortsachtig om me heen te kijken. Gelukkig viel het mee. Ik vond snel en dichtbij een plekje en stond geheel volgens planning op de afgesproken plaats.
Na even wachten ontmoette ik daar mijn gezelschap voor de avond. Ondanks het feit dat de Leidsche Schouwburg tamelijk overzichtelijk is qua omvang en opzet viel het vinden van onze zitplaatsen nog niet mee. Deze bevonden zich op het eerste balkon van het idyllische theatertje. Prachtige ornamentjes omlijstten de balkonranden en de rode pluchen stoeltjes. Ons uitzicht was allerminst beroerd, en de voorstelling kon beginnen.
Helaas was er voor mij één minpuntje deze avond. En na een tijdje niet meer alleen voor mij, maar ook voor mijn gezelschap. Naast mij zat een nogal stevig gebouwd heerschap. Groot van stuk, leeftijd ver boven de middelbare. Dit heerschap verspreidde een nogal doordringende lucht. Een mengsel van zweet, sigaren en dat typische oude mensen aroma. Ik probeerde mezelf er nog van te overtuigen dat het gedurende de voorstelling wel zou ‘wennen’, maar het tegendeel werd waar. Gedurende de voorstelling, die voor mij helaas NET niet genoeg afleiding bood, verspreidde de geur zich als een bedwelmende deken steeds verder de ruimte in. Mijn gezelschap merkte een voor een eveneens de geur op en reikte mij vol medeleven grijnzend een deodorant aan.
Maar ook al heb ik op het punt gestaan, ik had NET niet genoeg lef hem de spuitbus aan te reiken. Bovendien kan ik me voorstellen dat de lucht van deodorant alleen een toevoeging zou zijn aan het twijfelachtige geurboeket.
In plaats daarvan zocht ik de rest van de avond mijn toevlucht tot het snuffelen aan mijn eigen pols. Daar had ik vanwege ‘uit zijn’ een lekker aanwezig luchtje op gespoten. En ik me vóór ik ging nog afvragen of ik niet een wat bescheidener luchtje had moeten opdoen…
Parkeerplaats vinden leek gezien de drukte een enorme uitdaging. Ik begon koortsachtig om me heen te kijken. Gelukkig viel het mee. Ik vond snel en dichtbij een plekje en stond geheel volgens planning op de afgesproken plaats.
Na even wachten ontmoette ik daar mijn gezelschap voor de avond. Ondanks het feit dat de Leidsche Schouwburg tamelijk overzichtelijk is qua omvang en opzet viel het vinden van onze zitplaatsen nog niet mee. Deze bevonden zich op het eerste balkon van het idyllische theatertje. Prachtige ornamentjes omlijstten de balkonranden en de rode pluchen stoeltjes. Ons uitzicht was allerminst beroerd, en de voorstelling kon beginnen.
Helaas was er voor mij één minpuntje deze avond. En na een tijdje niet meer alleen voor mij, maar ook voor mijn gezelschap. Naast mij zat een nogal stevig gebouwd heerschap. Groot van stuk, leeftijd ver boven de middelbare. Dit heerschap verspreidde een nogal doordringende lucht. Een mengsel van zweet, sigaren en dat typische oude mensen aroma. Ik probeerde mezelf er nog van te overtuigen dat het gedurende de voorstelling wel zou ‘wennen’, maar het tegendeel werd waar. Gedurende de voorstelling, die voor mij helaas NET niet genoeg afleiding bood, verspreidde de geur zich als een bedwelmende deken steeds verder de ruimte in. Mijn gezelschap merkte een voor een eveneens de geur op en reikte mij vol medeleven grijnzend een deodorant aan.
Maar ook al heb ik op het punt gestaan, ik had NET niet genoeg lef hem de spuitbus aan te reiken. Bovendien kan ik me voorstellen dat de lucht van deodorant alleen een toevoeging zou zijn aan het twijfelachtige geurboeket.
In plaats daarvan zocht ik de rest van de avond mijn toevlucht tot het snuffelen aan mijn eigen pols. Daar had ik vanwege ‘uit zijn’ een lekker aanwezig luchtje op gespoten. En ik me vóór ik ging nog afvragen of ik niet een wat bescheidener luchtje had moeten opdoen…
dinsdag 26 mei 2009
Ode aan mijn echtgenoot omdat we elkaar nog steeds kunnen vinden
Buiten waait het regen
Zorgenstorm raast om ons heen
Ik steiger
Ik sla
Ik scheld van me af
Jij spartelt
Jij schreeuwt
Jij slaat met de deuren
Vanuit de verte kijk ik naar ons
Wie zijn dat daar met die rode regenlaarsjes aan?
Wat rennen ze hard!
Dan is het even stil
Kijk
We staan nog steeds overeind
Waar is je hand?
Hier heb je de mijne
Ben je er nog?
Ja, ik ben er nog
Zorgenstorm raast om ons heen
Ik steiger
Ik sla
Ik scheld van me af
Jij spartelt
Jij schreeuwt
Jij slaat met de deuren
Vanuit de verte kijk ik naar ons
Wie zijn dat daar met die rode regenlaarsjes aan?
Wat rennen ze hard!
Dan is het even stil
Kijk
We staan nog steeds overeind
Waar is je hand?
Hier heb je de mijne
Ben je er nog?
Ja, ik ben er nog
woensdag 20 mei 2009
Flatsen
Mijn auto is, een week geleden ongeveer, onder gescheten door vogels. Hij zat helemaal onder de vieze witte ‘flatsen’ en het zag er nogal troosteloos uit allemaal. Inmiddels is gelukkig het ergste leed er alweer afgeregend en staat het wagentje er weer als vanouds fris bij.
Na afgelopen weekend heb ik momenten gehad dat ik me net zo onder gescheten en troosteloos voelde als mijn auto eruit zag. Wat begon als een heerlijk vrij weekend eindigde in een onwaarschijnlijk beklemmende situatie die zelfs tot op vandaag nog her en der zijn tol eist. Maar ik ben dan ook niet voor niets goed in het verwikkeld raken in nodeloos ingewikkelde situaties.
Weinig nachtrust heeft ervoor gezorgd dat de man met de hamer er de laatste dagen een sport van maakt mij op de meest onhandige momenten doffe dreunen te geven met zijn slagwapen. Graag zou ik hem rücksichtslos terugmeppen en uitlachen!
Moeheid kan mij soms echt lam leggen. Door moeheid smelt mijn relativeringsvermogen en Het Grote Onzekerheidsmonster steekt fier zijn kop in de lucht. “Hallo, hier ben ik weer! En jij dacht dat je het allemaal zo goed wist? Nou, daar denk ik anders over… Heb je je wel gerealiseerd dat het zo zou kunnen zijn dat … denkt dat… En gisteren heb je … gezegd tegen… en nu zou het best kunnen zijn dat … vindt dat jij…” etc.
Het lastige is ook dat Het Grote Onzekerheidsmonster niet alleen gevoed wordt met moeheid, maar dat het ook moeheid in de hand werkt. Want wat vreselijk vermoeiend is het toch om te denken voor anderen.
Gelukkig merk ik sinds vandaag dat ook van mij de ergste vieze witte ‘flatsen’ aan het afregenen zijn. En dat ik er langzaam maar zeker ook weer wat frisser bij kom te staan.
Na afgelopen weekend heb ik momenten gehad dat ik me net zo onder gescheten en troosteloos voelde als mijn auto eruit zag. Wat begon als een heerlijk vrij weekend eindigde in een onwaarschijnlijk beklemmende situatie die zelfs tot op vandaag nog her en der zijn tol eist. Maar ik ben dan ook niet voor niets goed in het verwikkeld raken in nodeloos ingewikkelde situaties.
Weinig nachtrust heeft ervoor gezorgd dat de man met de hamer er de laatste dagen een sport van maakt mij op de meest onhandige momenten doffe dreunen te geven met zijn slagwapen. Graag zou ik hem rücksichtslos terugmeppen en uitlachen!
Moeheid kan mij soms echt lam leggen. Door moeheid smelt mijn relativeringsvermogen en Het Grote Onzekerheidsmonster steekt fier zijn kop in de lucht. “Hallo, hier ben ik weer! En jij dacht dat je het allemaal zo goed wist? Nou, daar denk ik anders over… Heb je je wel gerealiseerd dat het zo zou kunnen zijn dat … denkt dat… En gisteren heb je … gezegd tegen… en nu zou het best kunnen zijn dat … vindt dat jij…” etc.
Het lastige is ook dat Het Grote Onzekerheidsmonster niet alleen gevoed wordt met moeheid, maar dat het ook moeheid in de hand werkt. Want wat vreselijk vermoeiend is het toch om te denken voor anderen.
Gelukkig merk ik sinds vandaag dat ook van mij de ergste vieze witte ‘flatsen’ aan het afregenen zijn. En dat ik er langzaam maar zeker ook weer wat frisser bij kom te staan.
zaterdag 16 mei 2009
Frustratie- intolerantie
Je hebt een zoontje dat volop bezig is met zijn zindelijkheidstraining. Dat ziet er als volgt uit. Om de paar kwartier moet hij verplicht, dan wel uit eigen beweging naar de wc. Gemiddeld duren die bezoekjes een kwartier vanwege het feit dat zoonlief er lol in schept om vooral steeds met een triomfantelijk gezicht te melden dat hij nog NIET klaar is. Knoop van de broek open. Kind op de wc tillen met gevaar voor hernia. In de gaten houden of de geluiden uit de wc nog van het juiste soort zijn. Als het te lawaaierig is moet je namelijk vrezen voor de rol wc-papier, voor het kraantje, het handdoekje en de tampons die je in een onbewaakt ogenblik toch maar had laten staan. Als het te stil wordt is de kans groot dat er geprobeerd wordt hoe een natte pleeborstel voelt als die tegen een bloot beentje aan wordt gehouden. Wanneer eindelijk het sein “Mama, ik ben klaar” volgt begint het volgende proces. De kleren moeten weer aan. Want zoals gebruikelijk hangen onderbroek en broek niet op de enkels, maar liggen ze als een troosteloos bergje om de grond. Zoonlief presteert het om onder luid “Zelf doen!” beide beentjes wéér achterstevoren in één pijpje te wurmen. Met zachte dwang en een overdosis geduld gaan de kleren weer aan. Op naar de volgende sessie. Regelmatig vragen of zoonlief naar wc moet is van het grootste belang. Meerdere malen per dag komt het namelijk voor dat je precies op het moment dat je héél even tijd nodig had voor jezelf- vanwege kokende aardappels of een voorbij sprintende buurvrouw- zoonlief ietsje te stil ziet staan met een klein beteuterd koppie en een gevaarlijk donker uitziende plek in het kruis.
Snel ren je de deur uit. Op de fiets race met je pantoffels nog aan- want dat kan wel even gauw-gehaast naar school. De hele ochtend dreigt die bui al. Tergend langzaam maar gestaag vallen de eerste druppels onverbiddelijk uit de lucht. Op de terugweg rijd je met een kermende kleuter door de stortbui.
Eenmaal thuis staat daar het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
Er puilt een gigantische berg was- nog net niet grommend- gevaarlijk uit het washok. Je hebt moed bij elkaar geraapt en de was gesorteerd, eentje is al gewassen en zit in de droger. De volgende is inmiddels klaar. Met een uit je tenen opgediepte slagvaardigheid trek je de deur van de droger open. Klaar om alles eruit te halen op te vouwen, volgende was erin, nog een was in de machine… Maar dan blijkt het volgende: de droger maakt nog wel geluid, de droger wordt nog wel warm, maar hij draait niet meer… De was is na lang en veelbelovend gegons nog net zo nat als daarvoor. Of nee, de was is veranderd in een kleffe, lauwwarme, lobbige, dampende berg stof.
Beneden staat daar weer het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
En dan ben je op de helft van je dag…
Snel ren je de deur uit. Op de fiets race met je pantoffels nog aan- want dat kan wel even gauw-gehaast naar school. De hele ochtend dreigt die bui al. Tergend langzaam maar gestaag vallen de eerste druppels onverbiddelijk uit de lucht. Op de terugweg rijd je met een kermende kleuter door de stortbui.
Eenmaal thuis staat daar het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
Er puilt een gigantische berg was- nog net niet grommend- gevaarlijk uit het washok. Je hebt moed bij elkaar geraapt en de was gesorteerd, eentje is al gewassen en zit in de droger. De volgende is inmiddels klaar. Met een uit je tenen opgediepte slagvaardigheid trek je de deur van de droger open. Klaar om alles eruit te halen op te vouwen, volgende was erin, nog een was in de machine… Maar dan blijkt het volgende: de droger maakt nog wel geluid, de droger wordt nog wel warm, maar hij draait niet meer… De was is na lang en veelbelovend gegons nog net zo nat als daarvoor. Of nee, de was is veranderd in een kleffe, lauwwarme, lobbige, dampende berg stof.
Beneden staat daar weer het beteuterde gezichtje met de verdachte donkere plek in het kruis.
En dan ben je op de helft van je dag…
Abonneren op:
Posts (Atom)