dinsdag 9 juni 2009

'Opluchting?'

Gisteren ben ik naar de Leidsche Schouwburg geweest. Nog los van wat ik daar gezien heb was het een hele belevenis. Het begon al met de heenreis. Vol goede moed vertrok ik een uurtje van tevoren. Mijn TomTom vond de Leidsche Schouwburg een ‘nuttige plaats’. Dat schept meteen vertrouwen. Helaas vond TomTom de plaats niet nuttig genoeg om zich iets aan te trekken van de huidige stand van zaken betreffende de verkeersborden rondom de Schouwburg. Ik moest volgens hem een aantal keer tegen het verkeer in en bovendien leidde hij me door weggetjes waarvan ik me afvraag of het vroeger met paard en wagen al net zo ‘ideaal’ begaanbaar was.

Parkeerplaats vinden leek gezien de drukte een enorme uitdaging. Ik begon koortsachtig om me heen te kijken. Gelukkig viel het mee. Ik vond snel en dichtbij een plekje en stond geheel volgens planning op de afgesproken plaats.

Na even wachten ontmoette ik daar mijn gezelschap voor de avond. Ondanks het feit dat de Leidsche Schouwburg tamelijk overzichtelijk is qua omvang en opzet viel het vinden van onze zitplaatsen nog niet mee. Deze bevonden zich op het eerste balkon van het idyllische theatertje. Prachtige ornamentjes omlijstten de balkonranden en de rode pluchen stoeltjes. Ons uitzicht was allerminst beroerd, en de voorstelling kon beginnen.

Helaas was er voor mij één minpuntje deze avond. En na een tijdje niet meer alleen voor mij, maar ook voor mijn gezelschap. Naast mij zat een nogal stevig gebouwd heerschap. Groot van stuk, leeftijd ver boven de middelbare. Dit heerschap verspreidde een nogal doordringende lucht. Een mengsel van zweet, sigaren en dat typische oude mensen aroma. Ik probeerde mezelf er nog van te overtuigen dat het gedurende de voorstelling wel zou ‘wennen’, maar het tegendeel werd waar. Gedurende de voorstelling, die voor mij helaas NET niet genoeg afleiding bood, verspreidde de geur zich als een bedwelmende deken steeds verder de ruimte in. Mijn gezelschap merkte een voor een eveneens de geur op en reikte mij vol medeleven grijnzend een deodorant aan.

Maar ook al heb ik op het punt gestaan, ik had NET niet genoeg lef hem de spuitbus aan te reiken. Bovendien kan ik me voorstellen dat de lucht van deodorant alleen een toevoeging zou zijn aan het twijfelachtige geurboeket.
In plaats daarvan zocht ik de rest van de avond mijn toevlucht tot het snuffelen aan mijn eigen pols. Daar had ik vanwege ‘uit zijn’ een lekker aanwezig luchtje op gespoten. En ik me vóór ik ging nog afvragen of ik niet een wat bescheidener luchtje had moeten opdoen…

1 opmerking:

  1. Hee zeg, nou ga je niet mijn deodorant in twijfel trekken hè!!

    Ik moest hardop lachen om je stukje :)

    BeantwoordenVerwijderen